Op 16 oktober organiseerde De Balie een avond over hoe Generatie IK (de twintigers zeg maar) dealen met de crisis. Voortbordurend op mijn verhaal op het Veersymposium, maakte ik de volgende rant.

Er doet over jullie, de generatie die eind jaren tachtig, begin jaren negentig is geboren, een tweetal verhalen de ronde.

Verhaal 1 is dat van de verloren generatie. De eerste sinds de negentiende eeuw die het slechter krijgt dan de generatie van zijn ouders. Opgegroeid met ongekende weelde, ongekende mogelijkheden, hoger en beter geschoold dan ooit, wereldwijs, boomlang en met voortreffelijke levensverwachting – maar met de slechtste vooruitzichten in decennia.

Want er is weinig meer te doen. En als je dan een baan krijgt, biedt die geen zekerheid en kun je van het salaris geen huis meer betalen. Jaren van onbetaalde stages dwingen je tot day jobs onder je niveau en het tot de laatste cent opmaken van je spaartegoeden – die je helemaal niet hebt, want anders had je geen torenhoge studieschuld gehad.

Dit is geen fantasieverhaal. Met twee uur vliegen sta je er middenin. Spanje kent 1,6 miljoen jonge werkelozen. En 52% van de mensen tussen de 16 en 24 is werkeloos. Een groot deel van hen zal hun studieschuld niet kunnen afbetalen en geen huis kunnen kopen. Een gezin stichten wordt te duur. Mannen en vrouwen van in de dertig gaan terug naar hun ouders. Het afgelopen jaar is een half miljoen Spanjaarden vertrokken naar een buitenland.

Verhaal 2 is dat van de verwende generatie. Opgegroeid met ongekende weelde, ongekende mogelijkheden, hoger en beter geschoold dan ooit, wereldwijs, boomlang en met voortreffelijke levensverwachting – maar slap, kwetsbaar en arrogant. Als kinderen van de eerste generatie die opgroeide met de verworvenheden van de jaren zestig zijn jullie onbegrensd opgevoed. En dat in een periode van ongebreidelde groei. Geen wonder dat jullie verdwalen in overvloed.

In de VS, waar de werkeloosheidscijfers beter zijn dan in Spanje, maar waar de crisis maar voortwoekert, verscheen vorig jaar ‚A Nation of Wimps’ – een Mietjesnatie. Het punt van dat boek: Jonge Amerikanen blijven hangen in adultescence, als afhankelijke pubers gaan ze hun volwassenheid in. Dat boek past in een hele reeks publicaties over de totaal verwende Generatie Y die daar nu opgroeit. Met dank aan de ouders die afwisselend ‚snowplow’, of ‚helikopter’ parents worden genoemd. Er is in de VS een hele industrie aan het ontstaan rondom het heropvoeden van problematisch verwende twintigers.

Stel dat beide verhalen kloppen, niet alleen in Spanje, of in de VS, maar hier, in Nederland.

Dan hebben jullie een groot probleem. Verdwaald in overvloed, in een periode waarin die overvloed op losse schroeven is komen te staan. Slechte vooruitzichten zijn voor niemand leuk. Maar ze zijn ronduit beschadigend voor mensen die niets anders kennen dan tot in de hemel groeiende bomen. Jullie zijn wat de Amerikanen zeggen stuck between a rock and a hard place.

Hoe waar zijn die verhalen?

Of jullie zullen eindigen als verloren generatie, moeten we nog zien.

Ondanks jullie tomeloze zelfvertrouwen en de vaste overtuiging dat jullie het centrum van de wereld zijn: dat is niet aan jullie.

Het is aan jullie generatiegenoten op de plekken die we in mijn tijd de tweede en de derde wereld noemden. En het is aan de politieke elite, bestaande uit mijn generatiegenoten, die het de komende jaren voor het zeggen hebben.

Wat ik wel weet, is dat we met zijn allen al jaren alle leuke lijstjes ter wereld aanvoeren. Onderwijs. Gezondheid. Inkomen. Mobiliteit. Geluk. En dat jullie nu al meer cadeautjes van Nederland hebben gekregen dan jullie generatiegenoten in India en China ooit zullen krijgen. Jullie zullen verloren zijn onder de best denkbare omstandigheden.

Dan het verhaal van de verwende generatie. In het kort: dat klopt dus. Jullie zijn de nation of wimps. Maar dat is helemaal het ergste niet. Dat was ik immers ook al, een wimp, in de jaren negentig. De G500 van toen heette Niet Nix – als je van je generatie moet zeggen dat heus wel niet niks bent, nou dan weet je het wel.

Maar jullie verwenning is weer een graadje erger.

Voor jullie is de crisis gewoon een nieuwe manier om te genieten.

En dat komt door hoe de moderne verwenning werkt.

Door te grote tederheid of toegeeflijkheid bederven.

Zo staat het in het woordenboek.

De voorbeeldzin erna luidt: ‘men mag zijn kinderen niet verwennen’. Grote tederheid en grote toegeeflijkheid bederven niet. Maar er komt een punt waarop de rot blijkbaar wel intreedt. De vraag is wat er zo slecht is aan heel veel van iets goeds. En: wat bederft er precies?

Als een kind net geboren is, kan het niks, en krijgt het alles. Als een kind volwassen wordt, moet het alles kunnen en krijgt het niks meer. Opvoeden is in die zin een combinatie van leren en afleren. Verwenning voorkomen is dus een vorm van verwachtingsmanagement. Als je niet op tijd leert dat een volwassen leven behalve uit tederheid en toegeeflijkheid ook uit hardheid en tegenwerking bestaat, stap je weerloos de wereld in.

Als je een kind teveel van het goede geeft, bied je hem of haar dus de verkeerde informatie. En het kind ‘bederft’ omdat het niet klaar is voor de ellende van het grote-mensen-leven. De stam van bederven, derven, zegt genoeg: het kind ontbeert een toekomst. In die zin hebben jullie de economie helemaal niet nodig om verloren te zijn.

Maar jullie geluk en jullie ongeluk is natuurlijk dat een modern Nederlands grote-mensen-leven helemaal niet uit tekorten bestaat.

Naast de pedagogische betekenis, heeft verwennen in de loop van de tijd ook een neutraler gebruik gekregen. De tweede omschrijving in het woordenboek luidt: te goed doen, met veel zorg en geschenken omringen. ‘Wat heb je me weer verwend met mijn verjaardag!’ is de voorbeeldzin. Deze verwenning hoort bij de volwassen wereld. De verjaardagsgast heeft uitzonderlijk uitgepakt met zijn geschenken, wil de jarige zeggen met bovenstaande voorbeeldzin, maar het gevaar van bederf is geweken.

Ook zintuigen en lichaamsdelen kunnen in deze betekenis verwend raken. Een verwende smaak, de verwende blik, verwende oren, verwende huid: ze zijn gewend aan veel van het goede. Deze verwenning zorgt niet voor bederf, maar helemaal positief is haar uitwerking ook niet. De verwende is dan wel hoog geklommen op de ladder van zintuiglijke of artistiek genot, maar genieten van een minder-dan-perfecte muziekuitvoering, maaltijd of bodylotion is lastiger geworden.

Dit is de letterlijke betekenis van wennen, namelijk ‘gewoon maken’. En dat is precies wat de ondernemer belooft die zegt: we gaan u verwennen. Hij gaat zoveel van het goede geven dat het gewoon gaat lijken. Het zijn geen busmaatschappijen die verwenning beloven, maar wel reisorganisaties. Geen groentewinkels, maar wel restaurants. Geen fysiotherapeuten, maar wel massagesalons. Vrijetijdsbesteding, uitgaan, de dingen doen die je normaal niet doet: in die niche werkt het blijkbaar om verwenning te beloven.

Hoe verschillend ook, de beloftes van het toprestaurant, de wellness-spa en het bordeel hebben een ding gemeen. Ze draaien de normale gang van zaken om. De klant leeft even in een droomwereld waarin niet schaarste de norm is, maar overvloed. Daarom maakt het verwenaanbod zo vrolijk, want je koopt niet alleen overvloed, maar ook de ervaring dat die niet meer ophoudt. De aantrekkingskracht van ‘all-you-can-eat’ formules is niet dat je daar dubbel zoveel kunt eten als in een gewoon restaurant, maar de krachtige illusie dat je een avond doorbrengt in een wereld zonder tekorten.

Het wonderlijke is, ik zeg het nogmaals, dat we allang in een wereld zonder tekorten leven. We doen alsof we in een wereld van schaarste leven, waardoor de overvloed exclusiever lijkt. We doen alsof we tekort komen, om onszelf periodiek te kunnen verwennen.

Nu terug naar jullie. Met een liedje.

Ik lig in het cafe, aan een infuus.

Praat tegen mijn vriendin, wacht tot er wat gebeurt.

Ik wou dat het de sixties was. Ik wou dat ik gelukkig kon zijn.

Ik wou, ik wou, ik wou dat er iets zou gebeuren.

Kennen jullie het? Dat zingt Thom Yorke in The Bends van Radiohead, 1995, het jaar dat internet groot werd.

En hij bedoelt: ik kom tekort, ik kom tekort, ik kom tekort. Als je de tekorten niet meer in wereld om je heen aantreft, dan zoek je ze immers van binnen. De moderne verwenning is alleen maar te lijf te gaan met de schaarste in jezelf. Die blijft altijd bestaan, en stelt je in staat om jezelf eeuwig te verwennen. Want je hebt het zo verdiend.

The bends, dat is caissonziekte. De ziekte die duikers krijgen als ze te snel stijgen. Ze krijgen belletjes in hun bloed, die vreselijke pijnen veroorzaken. Wie het heeft moet in een drukkamer. Wij, Thom Yorke, en ik en de andere X-ers, waren al besmet. Maar jullie lijden definitief aan de psychische variant.

Te snel gestegen, te snel omhoog, te vroeg gepiekt. Symptoom: een voortdurend verlangen dat er iets gebeurt. Jullie drukkamer: de crisis. Het verhaal van de verloren generatie komt jullie helemaal niet slecht uit. Geen keuzestress meer – er valt niks meer te kiezen. Geen verveling meer – ga eens wat doen man. Stop het zoeken naar het Grote Verhaal – drama genoeg.

Gefeliciteerd dus. De kans dat jullie voor het eerst van je leven iets tekort komen, stijgt met de dag. En nu maar hopen dat het geen verhaal was, maar dat jullie echt verloren zijn.

Advertenties