Als de Olympische Spelen naar Nederland komen in 2028, dan vinden die dus plaats in Amsterdam, weten we sinds woensdag. Toevallig of niet: maandagavond zei Zef Hemel, directeur Ruimtelijke Ordening van de hoofdstad nog dat een Olympische kandidatuur pas echt begint met de keuze voor een stad. Die bepaalt namelijk het verhaal waarmee Nederland zich kandidaat gaat stellen.

Daar ging het maandag dan ook over, het verhaal van Nederland, tijdens een debat naar aanleiding van een studie over Olympische steden door XML Architecten, dat ik mocht leiden. Hemel, die tevens bijzonder hoogleraar is aan de UvA, zei trouwens ook dat het momenteel nog aan momentum ontbreekt voor een Olympische kandidaatstelling. Wat vandaag geïllustreerd werd door de negatieve reacties op het nieuws dat A’dam naamstad wordt, op krantensites en op sociale media.

Steden die zich kandidaat willen stellen voor de Olympische Spelen hebben daar altijd een verhaal bij, lieten de architecten van XML zien. Tokyo ziet haar kandidatuur in het licht van de wederopbouw na de tsunami van vorig jaar. Kaapstad wil graag de eerste Spelen van Afrika organiseren, Doha de eerste van de Arabische wereld. Londen wilde met de Spelen dit jaar de jeugd aan het sporten krijgen en Oost Londen weer op de been krijgen (het eerste lijkt te mislukken trouwens – en van het tweede weten we pas of het lukt na de Spelen). Er moet kortom drama schuilen in de ambitie om de Olympische karavaan naar je stad te halen.

Het verhaal van Nederland is dus niet alleen een leuke denkoefening, het is cruciaal om te kunnen winnen en om de Nederlandse samenleving mee te krijgen. Het valt alleen niet mee om een Nederlands verhaal te bedenken zo bleek. Aan grote woorden geen gebrek, aan grote problemen des te meer. Want als je stad de hoofdpersoon is, moet die volgens de oerwetten van de vertelkunst wel voor een meeslepende uitdaging staan. Die kwam er niet echt uit, maandagavond. Dat lag niet aan de gasten. Maar dat ligt natuurlijk aan wat de Nederlanders (en veel Noordwest Europese lotgenoten) als het drama van deze tijd ervaren: het dreigende verlies van onze bevoorrechte positie en de bijbehorende weelde. Dat is even iets anders dan de entree van wat voorheen een achterlijk continent was op het wereldtoneel, of het herstel van een alles verwoestende natuurramp. Houden wat je hebt is, anders gezegd, geen lekker materiaal voor een dwingend verhaal.

2028 is nog ver weg, dus kan het geen kwaad om ook voor je verhaal wat verder weg te kijken. Dan doemen er ineens veel meer ‘echte’ drama’s op. Ik bedoel, onze politieke leiders willen even niks weten van vergezichten, maar zeespiegelstijging, de almaar groeiende bevolking van de steden en de oprakende grondstoffen zijn ook voor Nederland reële problemen – althans, op de wat langere termijn. Voorlopg is Nederland nog af en trachten we dat vooral zo te houden. Voor een stad als Istanbul, of voor Kaapstad, vormen de Olympische Spelen een focuspunt voor de ontwikkeling van stad, land, continent. Alleen dan lukt het om de krankzinnige operatie die de organisatie ervan vraagt te verkopen aan je eigen volk als iets dat bijdraagt aan de kwaliteit van de stad. Maar ja, wat als de stad, het land, het gevoel heeft uitontwikkeld te zijn?

Momentum, kan dat ook een wal zijn die het schip keert?

(Het is werkelijk een goed onderzoek, dat XML heeft gedaan, en dat deden ze in opdracht van Henk Ovink van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Daar zal het boek over het onderzoek verkrijgbaar zijn. Op de foto: de tentoonstelling over het onderzoek, nog even te zien in het NAi in Rotterdam)

UPDATE: Zef Hemel schreef er zelf ook een lezenswaardige blogpost over.

Advertenties