Wereldverbetering verandert door internet. De kern van dat nieuwe activisme is de notie dat je iets kunt doen, om de wereld te verbeteren, in plaats van geld storten en de krant lezen. Waar komt dat verlangen naar actie eigenlijk vandaan?

De Balie had een avond over Joseph Kony georganiseerd, althans, zo leerden we, over het merk Kony. De zaal zat stampvol. De aanleiding was natuurlijk de Kony2012-campagne en de effecten daarvan. De meningen liepen nogal uiteen over of de actie geslaagd is en of die doet wat nodig is in bijvoorbeeld Noord Oeganda. Maar er heerste een consensus onder de aanwezigen over dat ‘iets doen’ hoe dan ook goed is.

Dat sluit aan bij de belangen van de hulporganisaties en bij de trend dat we onze betrokkenheid bij de ellende van de wereld in toenemende mate uitdrukken in termen van doen, actie, verandering. Er is discussie over of iets liken of sharen op Facebook voor ‘doen’ door kan gaan. Maar dat de verbetering van de wereld baat heeft bij de actiebereidheid van westerlingen, staat buiten kijf.

Waarom is dat eigenlijk? De bewijzen ervoor zijn namelijk niet overweldigend.

Onze kennis over de wereld neemt alleen maar toe, terwijl de mogelijkheden om de wereld naar onze hand te zetten gelijk blijven – zoniet afnemen. Het is als met de sferen van invloed en betrokkenheid van managementgoeroe Stephen Covey: ze vallen nooit helemaal samen, maar het is niet goed voor een mens als ze teveel in grootte verschillen. Als de sfeer van betrokkenheid steeds groter wordt en die van invloed steeds kleiner, doet dat pijn. Die pijn hoort net zo bij het bestaan van de Westerling, als vrije tijd en keuzestress.

We hebben niet veel mogelijkheden om die pijn te verzachten. De huidige wereldverbeterende daadkracht houdt een fijne belofte in, namelijk de vergroting van je sfeer van invloed – en dus de verkleining van het pijnlijk verschil met de sfeer van betrokkenheid. Het blijft heel vaak bij die belofte, zo bleek ook gisteren weer in De Balie. VN-diplomaat Warner ten Kate en journalist Marcia Luyten schetsten een onoverbrugbare kloof tussen de realiteit van Noord Oeganda en het hapklare verhaal van de Kony2012-campagne.

Het zal niet uitmaken. De belofte is genoeg. ‘Deze campagne gaat niet over Oeganda!’ riep iemand in de zaal verrukt. Inderdaad, hij gaat over onszelf.

Onschuldig is deze vaststelling ondertussen niet, want met de steun van de miljoenen mensen die iets wilden doen toen ze op het Like-knopje van de Kony campagnefilm klikten, wordt wederom een gewapend conflict voorbereid in Centraal Afrika.

Leren leven met de ellende van anderen. Dat is het alternatief. Daar helpen boeken bij, zoals Congo van David van Reybrouck, of What is the What van Dave Eggers. Mogelijk helpt het ook om het stukje wereld om de hoek te verbeteren. Maar dat stukje wereld is natuurlijk een stuk minder warm, vreemd en meeslepend.

Advertenties