Vroeger, in de tweede helft van de negentiende eeuw, was ‘vertroetelen’ een van de ergste dingen die je een kind kon aandoen – je bedierf het immers, met een teveel aan aandacht en cadeaus. Wij vinden vertroetelen een onschuldige bezigheid; een kind blootstellen aan bedervende overvloed heet bij ons inmiddels verwennen. Er zijn aanwijzingen dat de waarschuwende werking van het woord verwend ook aan het slijten is. Een voorbeeld daarvan is het boek Het verwende kind-syndroom, van onderwijsadviseur Willem de Jong.

Het begint al bij de titel: verwenning is een ziektebeeld. Vervolgens introduceert De Jong  in zijn boek de term problematische verwenning. Hij schetst een type kind dat door een teveel aan aandacht en een tekort aan tegenspraak niet meer goed kan functioneren. Dat type kind bestaat al eeuwen, maar de last die het veroorzaakt is vergroot of onze tolerantie voor zijn gedrag is de laatste tijd verminderd, blijkbaar. Ik weet niet welke van de twee, ik moet het boek nog uitlezen.

Een andere mogelijkheid is dat we gewend zijn aan ‘gewoon’ verwende kinderen – die zijn er immers in overvloed. Bovendien is het bederf mogelijk minder schadelijk. Ook onze volwassen levens zijn inmiddels vergeven van de aandacht en de cadeaus. We hoeven kinderen dus niet meer voor te bereiden op een wereld van tekorten.

Over dat laatste valt trouwens te twisten. Ik stel mijn oordeel over De Jong’s boek dus nog even uit, in ieder geval totdat ik het uitgelezen heb.

Advertenties